
Linkse partijen hebben de standaard reactie dat (economische) problemen in de samenleving een ‘stevig ingrijpen van de overheid’ rechtvaardigt. Meer regels, meer ambtenaren en meer subsidie is dan het logische gevolg. Het is dan ook niet verrassend dat linkse overheden steevast de belastingen doet stijgen zoals bijvoorbeeld in Amsterdam waar jaar en dag al een links partijen aan de macht zijn. Het Parool schrijft “opbrengst gemeentebelasting in Amsterdam in vier jaar met 45 procent omhoog“. In 2022 kreeg de gemeente Amsterdam € 1200 per inwoner. Dit jaar (2026) rekent de gemeente op € 1740 per inwoner. Wat zijn hier de gevolgen van? Betekent dit meer of juist minder armoede?
Frankrijk als voorbeeld (bnr 3 februari 2026)
Frédéric Douet, hoogleraar privaatrecht, ziet hoe Frankrijk ‘langzaam verpaupert’ door ‘consequent beleid dat zowel kostbaar als inefficiënt’ is. ‘Het mantra van onze technocraten en politici is dat hogere belastingen onze problemen verhelpen’, schrijft hij in een opiniestuk in Le Figaro.
hoge werkloosheid
De zorgen zijn terecht. Want voor het derde jaar op rij ligt het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking onder het Europees gemiddelde. Daarnaast ligt de inflatie ver onder het gemiddelde in de eurozone en kampt Frankrijk met een fors hogere werkloosheid dan het gemiddelde in de EU. Baverez waarschuwt daarnaast dat hogere belastingen juist averechts werken: steeds meer mensen komen daardoor in armoede terecht, terwijl er juist ook niet direct meer geld wordt opgehaald.
In de jaren zeventig voelde Nederland benauwend. Alles werd geregeld, gepland en herverdeeld, maar niets werkte echt. Inflatie vrat spaargeld op, werkloosheid groeide, stakingen waren aan de orde van de dag. Ondernemen was bedenkelijk net zoals nu. Belastingen werden steeds hoger net zoals in het voorbeeld in Amsterdam. Eigen initiatief verdween. De overheidsfinanciën waren helemaal uit het lood geslagen. Het overheidsmonster werd steeds groter. Het land ademde niet meer.
Laat de overheid een flinke stap terugdoen zodat burgers weer ruimte krijgen om te ademen en te ondernemen aldus “Free to Choose” geschreven door de econoom Milton Friedman. Dat boek was geen pamflet en geen belofte van paradijselijke markten. Het was een verklaring, een lens om te begrijpen waarom samenlevingen vastlopen wanneer ze vrijheid inruilen voor maakbaarheid. Er werd aangetoond met allerlei praktische voorbeelden dat centrale sturing fundamenteel ongeschikt is voor complexe vrije samenlevingen.
vrijheid als voorwaarde
Kerninzicht van Milton Friedman: vrijheid is geen ideologische luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor welvaart, verantwoordelijkheid en menselijke waardigheid. Het bepaalt hoe we omgaan met schaarste, keuzes, risico’s en de kansen van onze kinderen.
Nederland leek deze les later te begrijpen. In de jaren tachtig en negentig werd het roer omgegooid. De overheid trok zich terug waar zij te dominant was geworden, overheidsfinanciën werden gesaneerd, ondernemerschap kreeg ruimte. Het was geen dogmatisch liberalisme, maar een correctie op doorgeschoten sturing. En het werkte: economische groei trok aan, werkgelegenheid herstelde en maatschappelijke dynamiek keerde terug.
Maar vanaf ongeveer het jaar 2000 is het beeld opnieuw verslechterd. De koers richting meer centrale sturing, regelgeving en bureaucratie werd heropend, sluipend maar breed. Dit keer technocratisch, en daardoor misschien gevaarlijker. Paradoxaal genoeg in een periode van uiteengevallen communisme en bloei van de (sociale) markteconomie.
de illusie van controle
Milton Friedman waarschuwde voor wat hij de ‘illusie van controle’ noemde: de gedachte dat centrale planning en regels maatschappelijke problemen kunnen beheersen. Vandaag lijkt deze illusie terug te keren in bijna elk groot dossier, terwijl de realiteit juist wordt gevormd door de keuzes van miljoenen burgers en bedrijven.
geen marktfalen maar beleidsfalen
Neem het energie- en klimaatbeleid. De doelen zijn ambitieus, de morele overtuiging sterk, maar de economische logica ontbreekt vaak. Prijssignalen worden verstoord door subsidies, verplichtingen en plafonds. Het resultaat: verkeerde investeringen, netcongestie en structurele onzekerheid voor bedrijven en huishoudens. Elektriciteit wordt onnodig duur, nieuwe projecten stagneren, en huishoudens betalen steeds meer terwijl de beloofde voordelen vaak uitblijven.
Dit is geen marktfalen; dit is beleidsfalen dat rechtstreeks voortvloeit uit het negeren van de principes die Friedman al decennia geleden beschreef. De uitgangspunten van een realistisch, betrouwbaar en betaalbaar energie- en klimaatbeleid worden continu veronachtzaamd. Ideologisch, moralistisch en angstdenken voeren de boventoon.
te weinig en te dure woningen
Hetzelfde geldt voor de woningmarkt. Prijzen werden jarenlang genegeerd als informatiedragers, bouwen ontmoedigd door regels, procedures en bezwaarstructuren, Friedman waarschuwde dat het negeren van prijssignalen leidt tot schaarste. Wat we nu zien, is geen verrassing, maar een direct gevolg van beleidskeuzes: te weinig woningen, te hoge prijzen en frustratie bij zowel starters als gezinnen die een huis zoeken.
de overheid is tegelijkertijd planner, producent, moreel kompas en crisismanager
Een ander fundamenteel principe is de beperkte rol van de overheid. De staat moet randvoorwaarden scheppen: rechtszekerheid, eigendomsrechten, concurrentie. Niet tegelijkertijd planner, producent, moreel kompas en crisismanager worden. In Nederland zijn die rollen vermengd geraakt. De overheid stuurt steeds gedetailleerder, wantrouwt uitvoerders en burgers, en creëert een woud aan regels dat niemand nog kan overzien.
sterkere regeldruk en hogere belastingen
Voor ondernemers – vooral in het midden- en kleinbedrijf (mkb) – en voor boeren is dit dagelijks voelbaar. De regeldruk en de belastingen zijn de afgelopen 15 jaar verdubbeld. In de financiële sector is het verviervoudigd. Tussen 2017 en 2024 is het aantal rijksambtenaren toegenomen met 40%. Van 125.446 voltijdbanen (2020) naar 157.019 (2024). Het aantal beleidsambtenaren is met 60% gegroeid.

Regels zorgen niet alleen voor meer kosten en meer ambtenaren, maar tegelijkertijd zorgen regels ook voor beperking van het stroomnet om nog maar niet te spreken over de regels t.a.v. de stikstofruimte. Huizen bouwen is voor alle duidelijkheid nog een oncontroversieel in vergelijk met migratie. En bij huizen bouwen waar iedereen het over eens is, lukt het al niet om voorruit te komen met al die verstikkende regels. Kortom, ondernemen betekent niet langer kansen zien, maar risico’s ontwijken. Boeren behoren tot de meest efficiënte ter wereld, maar worden afgerekend op modellen, doelen en papieren werkelijkheden.
Lokale kennis en vakmanschap worden verdrongen door centrale normen. Friedman zou dit onmiddellijk herkennen: centrale planning vernietigt de informatie die nodig is om goed beleid te maken. De innovatiekracht verdwijnt, het platteland verarmt, en jongeren die willen boeren of starten in het mkb krijgen steeds minder ruimte.
democratische afstand
Cruciaal in Free to Choose is ook de koppeling tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Wie keuzes maakt, moet de consequenties dragen. In Nederland is het omgekeerde steeds gebruikelijker geworden: risico’s worden collectief gemaakt, falen wordt gecompenseerd, prikkels afgevlakt. Dat voelt sociaal, maar ondermijnt verantwoordelijkheid, initiatief en wederzijds vertrouwen. Het is een recept voor afhankelijkheid en stagnatie.
Ook op Europees niveau zien we deze ontwikkeling. Steeds meer beleid wordt op afstand genomen, technocratisch gelegitimeerd en moeilijk corrigeerbaar. Friedman waarschuwde expliciet voor concentratie van macht — niet omdat machthebbers slecht zijn, maar omdat fouten groter worden naarmate ze verder van de dagelijkse praktijk afstaan.
De democratische afstand die veel burgers voelen, is geen verbeelding, maar een systeemkenmerk dat de legitimiteit van besluiten ondermijnt. Ook het beleid van de ECB met voortdurende monetaire financiering druist volledig in tegen de basisprincipes van (monetarist) Friedman. Dit beleid heeft de afgelopen jaren geleid tot heel hoge inflatie die zeer moeilijk te beteugelen valt.
collectief geheugenverlies
Daarnaast verergert de combinatie van migratie-, energie- en klimaatbeleid en regulering de situatie. We proberen meerdere complexe problemen tegelijk centraal te sturen zonder het draagvlak of de capaciteit goed in te schatten. Resultaat: schaarste, hogere kosten, onzekerheid, maatschappelijke spanning. Nederland zit opnieuw in een vicieuze cirkel: goede intenties, slecht resultaat.
Wat het meest frustreert, is het collectieve geheugenverlies. We hebben dit eerder meegemaakt. We weten hoe dit eindigt: hogere lasten, lagere productiviteit, minder innovatie, en groeiende maatschappelijke spanning. En toch is de reflex bij elk nieuw probleem dezelfde: meer regels, meer subsidies, meer centrale sturing. Het is comfortabel, het suggereert grip, het geeft het gevoel dat iemand ‘aan het stuur zit’. Maar het is schijncontrole.
Terugkeren naar Friedmans’ basisprincipes betekent niet terug naar de jaren tachtig. Het betekent vooruit naar beleid dat beter begrijpt hoe samenlevingen functioneren. Dat prijzen informatie dragen. Dat concurrentie disciplineert. Dat vrijheid verantwoordelijkheid vereist. En dat goedbedoeld beleid vaak averechts uitpakt.
Aldus, voor meer welvaart zowel voor rijk als arm heeft niet alleen Frankrijk maar ook Nederland een koerscorrectie nodig, en wel onmiddellijk:
- Een kleinere en effectievere overheid, die terugkeert naar kerntaken zoals rechtshandhaving, eigendomsbescherming en mededinging.
- Lagere en eenvoudiger belastingen, zodat werken, ondernemen en investeren weer loont.
- Een ondernemers- en boerenklimaat dat ruimte geeft voor initiatief, innovatie en lokale kennis.
- Realistisch energie- en klimaatbeleid, waarin prijssignalen en uitvoerbaarheid voorop staan, en subsidies en verplichtingen beperkt worden.
- Eerlijkheid in migratiebeleid, afgestemd op draagkracht, integratiecapaciteit en regionale planning.
- Herwaardering van nationale zeggenschap binnen Europa, met behoud van samenwerking, maar zonder automatische afstand van democratische controle.
ademruimte
Kortom: vrijheid herstellen, verantwoordelijkheid terugbrengen, en centrale sturing beperken tot waar zij echt meerwaarde biedt. Niet als ideologie, maar als noodzakelijke randvoorwaarde voor een gezond, welvarend en leefbaar Nederland. * Milton Friedman (1912–2006) was een Amerikaanse econoom en een van de meest invloedrijke economen van de 20ste eeuw. Hij is vooral bekend vanwege zijn werk op het gebied van monetarisme, de theorie dat de geldhoeveelheid in een economie een cruciale rol speelt in het veroorzaken van inflatie (alles wordt duurder) en economische groei.