lees ook: waarom wel tegen de Palestijnse oorlog demonstreren maar niet tegen de Oekraïense oorlog?

de overeenkomst van de morele totaliteit van zowel links gedachtegoed als het islamisme

iraanse vlag

Het valt op hoe terughoudend linkse groeperingen in het Westen reageren op de opstand in Iran. De recente Iraanse revolutie heeft een morele en intellectuele crisis blootgelegd binnen een deel van de nationale en internationale linkerzijde. Wat zich in Iran voltrekt, is geen klassieke strijd tussen conservatisme en vooruitgang, noch een religieus geïnspireerde hervormingsbeweging.

Het is een massale existentiële afrekening met de islamitische orde zelf. Meer dan vierhonderd moskeeën zijn in brand gestoken. Vrouwen weigeren collectief de hoofddoek en grote delen van de bevolking nemen expliciet afstand van religie als organiserend principe van de samenleving. Toch blijft steun vanuit linkse partijen en bewegingen in Europa en Noord-Amerika opvallend terughoudend. Die aarzeling is geen toeval, maar het gevolg van een diepgewortelde ideologische verwantschap die al decennia bestaat tussen islamisme en links.

Gedeeld antiwesters wereldbeeld

Die verwantschap wortelt in een gedeeld antiwesters wereldbeeld. Binnen zowel linkse als islamistische tradities fungeert het liberale Westen niet slechts als geopolitieke tegenstander, maar als constituerend vijandbeeld. Binnen zowel linkse als islamitische kaders functioneren kapitalisme, liberalisme, individualisme en secularisme als normatieve vijandbeelden, geassocieerd met morele decadentie en historische uitbuiting.

In de Koude Oorlog ontwikkelde zich binnen linkse kringen een reflex om elke beweging die zich keerde tegen de Verenigde Staten of Europa automatisch als emanciperend te beschouwen. In dat kader werd het Iraanse islamisme niet gezien als een theocratische dreiging, maar als een anti-imperialistische bevrijdingsbeweging.

De Iraanse Revolutie van 1979 vormt het archetype van deze denkfout. Linkse intellectuelen, zowel in Iran als daarbuiten, zagen in de opkomst van ayatollah Ruhollah Khomeini een bondgenoot tegen het Westen en tegen kapitalistische elites.

Geen historisch ongeluk

Dat Khomeini expliciet streefde naar een religieuze staat waarin individuele vrijheden ondergeschikt zouden zijn aan islamitische wetgeving, werd genegeerd of gebagatelliseerd. Marxistische groeperingen, feministen en seculiere nationalisten sloten zich tijdelijk aan bij de islamisten, om vervolgens systematisch te worden uitgeschakeld zodra het nieuwe regime was gevestigd.

Die dynamiek was geen historisch ongeluk, maar ideologisch voorspelbaar. Zowel islamisme als de linkse kerk zijn holistische ideologieën. Zij claimen niet slechts politieke macht, maar morele totaliteit. Beide wantrouwen pluralisme, zien individuele autonomie als verdacht en legitimeren repressie in naam van een hoger doel. Waar het marxisme spreekt over klassenstrijd en historische noodzakelijkheid, spreekt het islamisme over goddelijke orde en religieuze plicht. De structuur is vergelijkbaar, het vocabulaire verschilt.

In Iran kreeg deze ideologische synthese een theoretische onderbouwing via denkers als Ali Shariati, die sjiitische symboliek vermengde met marxistische concepten. Hij presenteerde de islam niet als geloof, maar als revolutionaire ideologie, gericht op sociale gelijkheid en strijd tegen onderdrukking. Deze herinterpretatie maakte het voor linkse activisten mogelijk om religie niet als reactionair, maar als progressief instrument te zien. Het gevolg was een theocratie met socialistische trekken, waarin de staat diep doordrong in het privéleven en afwijking als verraad werd bestempeld.

Seculiere volksopstand

De huidige Iraanse revolutie breekt radicaal met dit verleden. Wat vandaag op straat zichtbaar is, is geen hervormingsgezinde islam, maar een seculiere volksopstand. De slogans zijn niet religieus, maar existentieel. ‘Dood aan Khamenei’ en ‘Dood aan de islamitische republiek’ zijn geen linkse leuzen in klassieke zin, maar een fundamentele afwijzing van elke ideologie die het individu onderwerpt aan collectieve dogma’s, religieus of politiek. Dat juist moskeeën worden aangevallen, onderstreept dat de woede zich richt tegen de kern van het regime: de symbiose van religie en macht.

Voor veel linkse partijen en intellectuelen is dit moeilijk te verwerken. Ze verkeren in cognitieve dissonantie. Steun aan de Iraanse bevolking impliceert erkenning dat islamisme geen bondgenoot is van emancipatie, maar haar vijand. Het dwingt tot het loslaten van het hardnekkige frame waarin religieuze minderheden per definitie worden gezien als slachtoffers en het Westen als primaire onderdrukker. In Iran is het Westen geen bezetter, maar het islamitische regime zelf. De onderdrukking komt niet van buiten, maar van binnen.

Progressief verzet

Daarbij speelt ook angst voor ideologische inconsistentie. Wie de Iraanse revolutie volledig steunt, moet erkennen dat secularisme, individuele vrijheid en zelfs nationale soevereiniteit voor veel Iraniërs belangrijker zijn dan anti-imperialistische symboliek. Dat staat haaks op een links discours dat religieuze identiteit vaak beschermt tegen kritiek en elke aanval op islamisme verwart met racisme of kolonialisme. De ironie is dat juist de Iraanse bevolking laat zien hoe progressief verzet er in de eenentwintigste eeuw uitziet. Niet als strijd tegen abstracte westerse machten, maar als concrete afwijzing van ideologisch absolutisme. De vraag is niet of links Iran moet steunen, maar of links bereid is afscheid te nemen van een historisch misplaatst bondgenootschap. Zolang dat huwelijk tussen islamisme en links niet kritisch wordt herzien, zal men blijven zwijgen op het moment dat solidariteit het hardst nodig is.

lees ook: waarom wel tegen de Palestijnse oorlog demonstreren maar niet tegen de Oekraïense oorlog?